Plantpaspoort Pro Partijen en paspoorten

Veelgemaakte fouten

Welke fouten op het plantenpaspoortetiket komen het vaakst voor en hoe voorkom je ze?

Door Gepubliceerd op Bijgewerkt op 7 minuten lezen

Groenwerk in de Nederlandse buitenruimte. Beeld bij het artikel: Welke fouten op het plantenpaspoortetiket komen het vaakst voor en hoe voorkom je ze?
Beeld gegenereerd met kunstmatige intelligentie

Een plantenpaspoort is een klein etiket, maar de fouten die erop staan zijn dat niet. In de meeste kwekerijen zit het probleem niet in onwil, maar in een werkwijze waarin het etiket langzaam is losgeraakt van de partijadministratie. Hieronder staan de zeven fouten die het vaakst terugkomen, met per fout de controle die ze uitsluit.

Wat het etiket in de handel moet doen

Het plantenpaspoort is sinds 14 december 2019 verplicht op grond van EU-verordening 2016/2031 voor het verhandelen van planten binnen de Europese Unie. Bedrijven moeten daarvoor geregistreerd zijn bij de NVWA en zijn zelf verantwoordelijk voor de afgifte.

Dat laatste is de kern van het probleem. Er is geen instantie die het etiket vooraf goedkeurt. Jij drukt het af, jij hangt het aan de handelseenheid en jij bent degene die achteraf moet kunnen laten zien waar de gegevens vandaan komen. De NVWA houdt toezicht, en dat toezicht kijkt naar wat je hebt vastgelegd, niet naar wat je bedoeld hebt.

Een paspoort draagt vier vaste gegevens: de botanische naam van het gewas, het registratienummer van de marktdeelnemer die het paspoort afgeeft, een traceerbaarheidscode voor de partij en het land van oorsprong. Op het etiket staan die onderdelen in de praktijk aangeduid met de letters A tot en met D, samen met het woord Plantenpaspoort en het EU-beeldmerk. De uitwerking per gewas staat in de praktische gids over het afgeven van een plantenpaspoort.

De zeven fouten die het vaakst terugkomen

Fout 1: een traceerbaarheidscode die nergens naar verwijst

De code staat netjes op het etiket, maar in de administratie bestaat hij niet. Vaak is hij tijdens het etiketteren bedacht omdat de partij nog geen nummer had, of is hij overgenomen van een oude sjabloonregel die niemand heeft aangepast.

Zo'n code is erger dan geen code. Hij wekt de indruk dat er een dossier achter zit, terwijl je bij een vraag over de herkomst met lege handen staat. De regel is eenvoudig: een code ontstaat op het moment dat de partij ontstaat, niet op het moment dat het etiket wordt gedrukt.

Fout 2: een verzamelcode over meerdere herkomsten

Twee leveringen van hetzelfde gewas komen binnen een week binnen, worden op dezelfde tafel gezet en krijgen daarna een gezamenlijke code. Kweektechnisch begrijpelijk, administratief onherstelbaar. Vanaf dat moment kun je van geen enkele plant meer zeggen bij welke leverancier hij vandaan komt.

Samenvoegen mag, maar dan leg je vast welke bronpartijen erin zijn opgegaan. Een nieuwe code met twee ouders erboven kost een halve minuut en houdt de keten heel. Zonder die vastlegging betekent één probleemmelding bij één leverancier dat je de hele samengevoegde partij moet behandelen als verdacht.

Fout 3: een botanische naam die geen botanische naam is

Op veel etiketten staat de handelsnaam, de kleurnaam uit de catalogus of alleen de cultivar. Dat is de naam waarmee de verkoopafdeling werkt, niet de naam die het paspoort vraagt.

  • Alleen de cultivarnaam zonder geslacht en soort erboven.
  • Een merknaam of serienaam die de kweker van de veredelaar heeft gekregen.
  • Een Nederlandse gewasnaam waar de botanische naam hoort te staan.
  • Spelfouten die ontstaan omdat de naam per partij opnieuw wordt ingetypt.

De oplossing zit niet in beter typen maar in een gewassenlijst. Wie de botanische naam één keer goed vastlegt en daarna alleen nog kiest, maakt deze fout nooit meer.

Fout 4: het land van oorsprong klakkeloos overgenomen

Het land van oorsprong is niet automatisch het land waar jouw kwekerij staat. Bij aangekocht uitgangsmateriaal is het het land waar het materiaal is geteeld, en dat gegeven komt van je leverancier. Wie standaard het eigen land invult omdat de planten nu eenmaal bij hem op de tafel staan, zet een onjuistheid op het etiket.

Neem het land van oorsprong over bij binnenkomst, in hetzelfde scherm waarin je de partij aanmaakt, en laat het daarna meelopen met elke afsplitsing.

Fout 5: het registratienummer van de vorige schakel

Deze fout ontstaat bij doorhandel. Een partij komt binnen met een paspoort van de leverancier, wordt opgepot of doorgeleverd, en het etiket dat mee naar buiten gaat draagt nog steeds het registratienummer van die leverancier.

Geef je zelf een paspoort af, dan staat jouw registratienummer erop. Het paspoort van de leverancier bewaar je in de partijhistorie als bewijs van herkomst, niet op de nieuwe pot.

Fout 6: een etiket dat het seizoen niet haalt

Buiten op de containervelden is het etiket net zo goed een technisch onderdeel als de pot. Inkt die verbleekt in de zon, een label dat bij de eerste najaarsstorm wegwaait, een bindertje dat in de groei van de plant knelt: het resultaat is een handelseenheid zonder paspoort op het moment dat de vrachtwagen komt.

Kies materiaal dat past bij de teeltduur en bij de plek, en controleer bij het laden of elke handelseenheid nog een leesbaar etiket draagt. Herprinten op het laadperron kost minuten, opnieuw uitzoeken welke code bij welke tafel hoorde kost een halve dag.

Fout 7: het paspoort staat op de plant, maar niet in de administratie

Dit is de fout die de andere zes duur maakt. Het etiket is correct afgedrukt en meegegaan, maar nergens is vastgelegd wélke code naar wélke afnemer is gegaan, op welke datum en in welke aantallen. De pakbon noemt het aantal, de factuur noemt het bedrag en de partijhistorie stopt bij de laatste tafelmutatie.

Op het moment dat er iets terug moet, is dat het verschil tussen twee telefoontjes en een week rondbellen. De afgifte van een paspoort is een gebeurtenis die je vastlegt, precies zoals je een levering vastlegt.

Waarom de fouten pas bij een controle opvallen

Alle zeven fouten hebben één eigenschap gemeen: ze leveren tijdens het kweekseizoen geen enkele hinder op. De planten groeien, de tafels lopen vol, de bestellingen gaan de deur uit. Pas als iemand van buiten een vraag stelt, blijkt de keten gaten te hebben.

Die vraag komt in de praktijk uit drie richtingen. Een inspecteur van de NVWA die een steekproef doet en vraagt hoe je van dit etiket terugkomt bij de moederplant. Een afnemer die zijn eigen tracering op orde wil hebben en om partijgegevens vraagt. Of een melding over een schadelijk organisme bij een collega, waarna je binnen een dag moet weten of jouw partijen daarmee in aanraking zijn geweest.

In alle drie de gevallen is de vraag identiek: laat zien wat deze code betekent. Wie dat niet binnen een paar minuten kan, heeft geen registratieprobleem maar een handelsprobleem. Wat een inspecteur precies opvraagt staat in de checklist voor de NVWA-controle op plantenpaspoorten.

Een werkwijze waarin deze fouten niet passen

De zeven fouten verdwijnen niet door beter opletten. Ze verdwijnen door de volgorde om te draaien: eerst de partij, dan het etiket. Zodra het etiket alleen nog een afdruk van bestaande gegevens is, kan er niets meer op staan wat niet is vastgelegd.

  1. Elke partij krijgt bij ontstaan een code, ook als er die dag nog niets verkocht wordt.
  2. Gewasnamen komen uit een vaste lijst, nooit uit het handschrift van dat moment.
  3. Herkomstgegevens worden bij binnenkomst overgenomen en lopen mee bij elke splitsing.
  4. Splitsen en samenvoegen zijn handelingen die je registreert, met verwijzing naar de vorige code.
  5. Etiketten worden gedrukt vanuit de partij, niet vanuit een los sjabloon.
  6. Bij uitlevering wordt vastgelegd welke codes naar welke afnemer gingen.

Zo ziet die volgorde eruit in de dagelijkse routine:

Vaste controlepunten in de partijstroom
MomentWat je vastlegtFout die je hiermee uitsluit
Binnenkomst of stekCode, gewas, aantal, herkomst, leverancierFout 1, 3 en 4
Oppotten of verspenenNieuwe code met verwijzing naar de vorigeFout 2
Verplaatsen naar veld of kasLocatie en aantal per codeFout 6
EtiketterenAfdruk vanuit de partijgegevensFout 3 en 5
UitleverenCode, afnemer, datum en aantalFout 7

Deze werkwijze is met een rekenblad haalbaar zolang het aantal partijen beperkt blijft en één persoon de administratie doet. Groeit het aantal splitsingen, dan lopen de formules en de handmatige verwijzingen vast; de vergelijking tussen een rekenblad en vaste software laat zien waar dat omslagpunt ligt.

Wie de controle uitvoert

Leg per stap vast wie verantwoordelijk is. In veel kwekerijen doet de teeltleider de partijmutaties en de verkoopadministratie de uitlevering, terwijl niemand het etiket zelf controleert. Eén persoon die bij het laden de etiketten steekproefsgewijs naast de pakbon legt, vangt de meeste fouten af voordat de vrachtwagen rijdt.

Conclusie: het etiket is het sluitstuk, niet het beginpunt

Alle zeven fouten komen voort uit dezelfde gewoonte: het etiket maken op het moment dat de planten weg moeten. Wie de partijgegevens eerder vastlegt, drukt daarna een paspoort af dat per definitie klopt, want er valt niets meer in te typen. Dat is precies wat de partijadministratie van Plantpaspoort Pro doet: codes ontstaan bij de partij, splitsingen houden hun ouders vast en het etiket rolt uit de gegevens die er al staan.

Wil je weten hoe dat in jouw teelt uitpakt, met jouw gewassen, tafels en afleverritme? Beschrijf je situatie via het contactformulier, dan kijken wij mee naar de plek waar jouw keten nu breekt. Achtergrond over de auteur en zijn werkwijze staat op de pagina over Jimenez Julien.

Verder lezen